Wist je dat een slaapregressie eigenlijk juist een (slaap)progressie is?
Je kindje maakt tijdens een slaapregressie velen ontwikkelingen door,  zoals bijvoorbeeld kruipen of staan. Na een slaapregressie gaat je kindje (meestal) weer heerlijk slapen.

Een slaapregressie herkennen:

  • Moeilijk in slaap komen
  • Jengelig zijn
  • ’s nachts vaker wakker worden
  • Het slaapritme van overdag ligt overhoop
  • Hazenslaapjes (korte dutjes)

Periodes dat je kindje in een slaapregressie kan zitten:

  • 4 maanden: je kindje maakt een grote fysieke (omrollen) en mentale (wordt zich bewust van zijn/haar omgeving) ontwikkeling door. Ook is rond de 4 maanden de biologische klok ontwikkeld en is het belangrijk een dag- nacht ritme te gaan creëren. Je kindje wordt nu ook bewuster wakker tijdens de overgang naar een nieuwe slaapcycli. Vanaf nu is het dus erg belangrijk om aan zelfstandig slapen te gaan werken.
  • 8 maanden: er vinden velen fysieke ontwikkelingen plaats; je kindje leert kruipen, sommige kindjes trekken zichzelf al op om te komen staan en ze ontdekken steeds meer hun eigen stem. Qua mentale ontwikkeling worden kindjes steeds alerter en gaan ze begrijpen wat er gaat gebeuren én ook dat hun papa of mama weg kan gaan. Kindjes van 8 maanden kunnen nu dus last gaan krijgen van verlatingsangst.
  • 12 maanden: tijdens / na deze periode zal je kindje beginnen met lopen. Ook begint deze periode de taalontwikkeling en kan je kindje misschien zelfs al een aantal woordjes benoemen. Verder leert je kindje dat er een volgorde zit in de manier waarop dingen worden gedaan, bijvoorbeeld dat je met een vork eten naar je mond kunt brengen.
    De meeste kinderen zijn klaar om de overgang van 2 naar 1 dutje te maken tussen de 12 – 18 maanden. De signalen hiervan kun je gaan merken tussen de 12 – 15 maanden.
    Je kindje kan nu in zijn bedje gaan staan en er een spelletje van gaan maken.
  • 18 maanden: dit wordt wel de heftigste slaapregressie genoemd. Je kindje gaat op mentaal gebied steeds meer een eigen wil krijgen. Je kindje begrijpt ook dat hij iets met deze wil kan en jou als ouder kan beïnvloeden. Strijd om naar bed te gaan, kan nu ook gaan beginnen. Kindjes van deze leeftijd vinden het vaak veel te gezellig om naar bed te gaan.

Ook zal de verlatingsangst nu een grote rol gaan spelen. Je kindje wilt absoluut niet meer alleen gelaten worden.

De meeste kindjes hebben nu genoeg aan 1 dutje overdag.

  • 24 maanden: ook deze periode treedt er weer een grote ontwikkelingssprong op bij je kindje. Vaak is deze ontwikkeling terug te zien in de taal / spraak.

Je kan gaan merken dat je kindje vaker niet naar bed toe wilt of niet moe lijkt. Echter hebben de meeste kindjes tot 2,5 – 3 jaar nog een middagslaapje nodig, ook al lijkt dat misschien niet zo.

Het ene kindje heeft eerder last van een slaapregressie dan het andere kindje, dit heeft te maken met de ontwikkeling. De maanden geven een richting aan.

Het allerbelangrijkste tijdens een slaapregressie is dat je als ouder alles houdt bij het normale; zoals hetzelfde slaapritueel blijven handhaven en daar geen onderdelen aan toe voegen die slaapassociaties kunnen gaan worden.
Soms lijkt het dat je kindje toe is aan een slaapje minder, echter is de kans groot dat je kindje na de slaapregressie het dutje wel weer nodig zal hebben. Haal het dutje dus niet te vroeg weg. Blijf deze nog zeker tot zo’n 2 weken na de regressie aanbieden. Wilt je kindje dan alsnog het dutje niet meer doen? Overweeg dan om het dutje alsnog te laten vallen.

Nog een aantal tips om een slaapregressie zo goed mogelijk door te komen:

  • Houd je vast aan een duidelijke routine
  • Zorg voor een juiste slaapomgeving
  • Voorkom oververmoeidheid
  • Wees consequent en duidelijk naar je kindje toe
  • Laat je kindje zo lang als veilig is in een ledikantje slapen

Kan je kindje na een slaapregressie toch nog niet lekker slapen en ben je op zoek naar wat hulp en/of handvaten? Plan dan een vrijblijvend gratis kennismakingsgesprek zodat we samen kunnen kijken hoe ik jullie kan helpen.

http://www.calendly.com/slaapboefjes